U bent hier: Home Geschiedenis van de zilverfabriek Van Kempen & Begeer
Document acties

Geschiedenis van de zilverfabriek Van Kempen & Begeer

Het jaar 1835 wordt aangemerkt als het oprichtingsjaar van de zilverfabriek van J.M. van Kempen & Zonen. In dat jaar vestigde Johannes Mattheus van Kempen III (1814-1877), aanvankelijk theologiestudent, zich als kashouder – winkelier zouden wij nu zeggen – aan de Choorstraat in Utrecht. Hij zette de traditie voort van zijn grootvader die edelsmid en kashouder was en zijn vader, eveneens kashouder. Zijn bescheiden bedrijfje zou hij weten uit te bouwen tot Nederlands grootste zilverfabriek met internationale uitstraling. 1 Als gevolg van een toenemende vraag naar kwalitatief goed en betaalbaar zilver door een groter wordende groep van welvarende klanten, expandeerde de zilverproductie in het midden van de negentiende eeuw. De innovatieve ondernemer Van Kempen realiseerde zich goed dat fabrieksmatige zilverproductie op den duur de ambachtelijke edelsmeedkunst zou verdringen. Vanaf 1853 vervaardigde zijn bedrijf ook juwelen. Als eerste Nederlandse zilverfabrikant introduceerde hij technische vernieuwingen in het productieproces. Toen hij geen vergunning kreeg zijn verdere uitbreidingsplannen in Utrecht te realiseren, liet hij in 1858 - hij had inmiddels vijftig werknemers in dienst - een moderne fabriek bouwen in Voorschoten, waar hij onder andere stoommachines uit Engeland liet installeren. Bij de opening van de nieuwe fabriek werd hem het predicaat Koninklijke verleend en de bedrijfsnaam luidde vanaf dat moment Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Gouden en Zilveren Werken J.M. van Kempen & Zonen. De locatie was dichtbij de hofstad, er waren goede afzetmogelijkheden en transport was makkelijk over het spoor en, per schip, over de Vliet. 2


INZOOMEN 1 -  J.M. VAN KEMPEN 

In die periode floreerde de zilverindustrie en ook in de eerste decennia van de twintigste eeuw werd er goed verkocht. In 1900-1901 waren er bij Van Kempen 217 werknemers in dienst. De afdelingen zilversmederij, goudsmederij en lepelmakerij waren nagenoeg even groot met 29, resp. 24 en 26 werknemers. Zowel in Nederland als in het buitenland was het een unicum dat binnen één fabriek zowel zilverwerken, van het allerkleinste tot groot formaat, als ook juwelen in alle prijsklassen werden gefabriceerd. 3 In 1919 fuseerde J.M. van Kempen & Zonen, dat inmiddels werd geleid door de vijfde generatie Van Kempen, met zilverfabrikant C.J. Begeer uit Utrecht. Begeer was met vijftig werknemers een kleiner bedrijf dan Van Kempen, maar het had grote ambities (onder andere gericht op de detailhandel) en het was net als Van Kempen hofleverancier. Begeer verhuisde met alle machines naar Voorschoten, waar zij hun expertise, de productie van medailles en gedenkpenningen, voortzetten. De derde fusiepartner in 1919 was juwelenfabrikant Jac. Vos uit Rotterdam, een bedrijf met diverse specialismen. Naast de juwelenfabricage had de firma Vos de voormalige Zaanlandsche Zilversmederij in Haarlem overgenomen waar ‘Oud Hollandsch Zilver’ werd geproduceerd, maar waar vanaf 1915 ook glad zilver werd vervaardigd met gebruikmaking van een dieptrekpers. Ook had Jac. Vos in 1917 een bijouteriebedrijf in ´s-Hertogenbosch overgenomen, waar sieraden in het goedkopere segment werden gemaakt. Het nieuwe bedrijf van de drie fusiepartners wilde zich sterk profileren door het leveren van hoogwaardige zilveren producten tegen concurrerende prijzen. Vanaf 1925 opereerde het onder de naam Koninklijke Nederlandse Edelmetaal Bedrijven Van Kempen, Begeer & Vos (K.N.E.B.). Carel J.A. Begeer (1883-1956) was vanaf 1925 directeur generaal. 4
 

INZOOMEN 2 - CAREL J.A. BEGEER


In de tweede helft van de jaren twintig begon de vraag van de consument te veranderen en deed de invloed van de crisis zich gelden. De economische omstandigheden vereisten heroriëntatie en een aanpassing van het assortiment. Zilverfabrikanten gingen zich steeds meer richten op juwelen en in die tijd werden de eerste verzilverde producten op de markt gebracht. Na de Tweede Wereldoorlog zette de tendens van afnemende zilverproductie door en werden er nauwelijks meer grote zilverwerken verkocht. Het accent verschoof van zilver naar verzilverde producten, geproduceerd onder de naam Zilfa Pleet, medailles, sportbekers, sieraden en bestekken van edelstaal. 5 In 1960 bundelden de K.N.E.B. en zijn grootste concurrent, Gerritsen & Van Kempen uit Zeist, hun krachten. In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw leidden een combinatie van economische factoren, veranderende sociale patronen (waaronder de werkende vrouw), het oubollig imago van zilver, concurrentie uit lage lonen landen en – eind jaren zeventig – de explosieve stijging van de zilverprijs tot een structureel dalende omzet in de zilverindustrie. Het onvermogen tot snelle aanpassing aan de markt, verouderde productietechnieken en gebrek aan visie en innovatie, leidden bij Van Kempen & Begeer tot liquidaties van een aantal werkmaatschappijen, (waaronder de N.V. Hollandsche Kettingfabriek D.C.W., jarenlang de grootste dochtermaatschappij) en tot heroriëntatie. 

In 1984 werden de enige overgebleven werkmaatschappijen, N.V. Koninklijke Begeer en Keltum, verkocht aan een investeerder. Het bedrijf fuseerde toen met het verkoopkantoor van Gero uit Zeist, leverancier van roestvrij stalen bestekken, en verhuisde van Voorschoten naar Zoetermeer. In 2008 ging N.V. Koninklijke Van Kempen & Begeer over in handen van N.V. Koninklijke Delftsche Aardewerkfabriek “De Porceleyne Fles Anno 1653”. Men ging zich richten op een assortiment van zilveren, verzilverde en roestvrij stalen bestekken en daarnaast op tafel- en keukentoebehoren. Sinds 2015 is B.V. Koninklijke Van Kempen & Begeer, houdster van de merken Van Kempen & Begeer en Keltum, gehuisvest in Delft. Per 1 januari 2018 is Van Kempen & Begeer overgenomen door The Cookware Company, gevestigd in België.



[1]

S.A.C. Begeer, p. 5. Zijn grootvader, Johannes Mattheus I (1764-1833) werd in 1789 als meester opgenomen in  het Goud- en zilversmedengilde in Utrecht. Hij was gespecialiseerd in boeksloten, gespen en knoptasjes.

[2]

Ibidem, p. 7. In 1857 had Van Kempen het in Den Haag gevestigde juweliersbedrijf J.F.C. Gowthorpe (hoek Noordeinde / Plaats) overgenomen, hetgeen ongetwijfeld van invloed is geweest op de keuze van een vestigingsplaats van de nieuwe fabriek in de buurt van Den Haag. Scheffer en Fischer, p. 178. De Haagse architect Delia (1816-1898) bouwde de fabriek, die qua stijl Frans geïnspireerd was. Er waren grote ramen voor optimaal daglicht in de ateliers. De ruime werkplaatsen waren voor die tijd uiterst modern en het landhuisachtige fabrieksgebouw paste in de lommerrijke omgeving. De bouwkosten bedroegen f. 18.500.

 

[3]

‘Ons Maandblad 1 juni 1911’,  p. 218.

[4]

Na de fusie in 1919 bestond de Raad van commissarissen uit elf personen. Na roerige eerste jaren werd in 1925 een holding met vier werkmaatschappijen geformeerd: 1. Zilverfabriek Van Kempen & Begeer B.V. Voorschoten (de voormalige fabriek van J.M. van Kempen & Zonen) die voornamelijk cassettes tafelzilver produceerde onder de bedrijfsnaam Zilfa; 2. Koninklijke Begeer B.V. Voorschoten, die zich toelegde op souvenirs, sportprijzen, lepeltjes en relatiegeschenken; 3. Begeer, Van Kempen en Vos B.V., het winkelbedrijf met aanvankelijk acht, en later elf winkels, waarvan vier in Nederlands Indië; 4. N.V. Hollandsche Kettingfabriek D.C.W. (Dutch Chain Works) met machinale kettingproductie voor sieraden.

[5]

S.A.C. Begeer, p. 18. Het merk Keltum Pleet (gefabriceerd door B.V. Keltum, een dochtermaatschappij van concurrent Gerritsen & Van Kempen in Zeist) werd in de jaren vijftig al snel een begrip. Na de fusie in 1960 tussen Van Kempen & Begeer en Gerritsen & Van Kempen, verdween het merk Zilfa Pleet en werd het merk Keltum Pleet gecontinueerd. Een tweede fabriek voor het vervaardigen van edelstaal producten, B.V. Keltech, werd in 1947 opgericht in Coevorden. De sieraden werden door dochtermaatschappij D.C.W. (Dutch Chain Works) geproduceerd, jarenlang één van de meest winstgevende bedrijfsonderdelen.

Datum laatste wijziging: 29-10-2018 14:32